De oorsprong van de congregatie situeert zich
in de XIVde eeuw in de Nederlanden,
en dit onder de impuls van Gerard Grote (1340-1384),
bisschop van het bisdom Utrecht.
Terugkeer naar de idealen van de eerste
christen gemeenschap
« De menigte die het geloof had aangenomen,
was één van hart en één van ziel
en er was niemand die iets van zijn bezittingen zijn eigendom
noemde; integendeel, zij bezaten alles gemeenschappelijk. »
Handelingen van de Apostelen 4,32
 |
Enkele Broeders van
het Gemene Leven stichtten een klooster in Windesheim (Nederland),
onder de inspiratie van Florent Radewijns en met het akkoord
van Gerard Grote. Zij namen de Regel van
St Augustinus aan,
naar wiens geest zij reeds leefden.
|
Na zijn bekering gaf Gerard Grote zijn huis
aan een groep vrome vrouwen die de « Zusters van het
Gemene Leven » werden (1374).
Een beetje later groepeerden de « Broeders van het Gemene Leven » zich
rond Florent Radwijns (1350-1400), volgeling van Gerard Grote.
Zij werden de Reguliere Kanunniken op 17
oktober 1387.
Reeds snel werd Windesheim een voorbeeld en stichtte andere kloosters
zoals Sint
Agnes te Zwolle waar Thomas a Kempis (1379-1471) leefde, de
auteur van IMITATIO CHRISTI. Dit werk bevat de essentie van de vernieuwde
spiritualiteit
die de naam Devotio Moderna kreeg en die uitgedragen werd
door Windesheim.
Naar het voorbeeld van de Broeders, drukten
enkele Zusters van het Gemene Leven de wens uit om ook deze manier
van leven te volgen.